Jackson Pollock Euro Sign

Museum te Koop

Cultureel ondernemen is niet hetzelfde als echt ondernemen. Cultureel ondernemen is een politiek verlangen van de musea om meer eigen inkomsten te genereren en publieks gerichter te worden. Museumdirecteuren knikken heftig ja, want hun prestige hangt af van de bezoekersaantallen en het geld smaakt zoet. De vraag is: ‘wat zou er gebeuren als een museum als echte commerciële onderneming geleid wordt?’. Een onderneming waar het draait om winst maken en niet om verlies beperken.

Een fictief middelgroot museum in Nederland met ongeveer 200.000 bezoekers wordt op slinkse wijze gekocht door de gehaaide ondernemer Niko Belic. Niko is een Oost-Europeaan met VOC-mentaliteit. Het museum wat Niko kocht was van een vriendenvereniging. Met behulp van stromannen is de vereniging overgenomen. De algemene ledenvergadering stemt, en voor 1 euro en 500 tientjes-lidmaatschappen heeft Niko Belic een schitterende 17e eeuwse collectie, een historisch gebouw en een 100tal medewerkers gekocht. Hij heeft dit museum goed bestudeerd en gaat aan de slag. Zijn ogen zijn gericht op één ding: money, money, money.

Niko is nu museumdirecteur en gaat direct aan de slag. Op dag 1 splitst hij het museum op in vier business lines: Collection, Research, Public Services en Building Exploitation.

De business line Collection richt zich op de exploitatie van de collectie. Niko probeert eerst de collectie via veilingen te verkopen, sommige collectiestukken zijn miljoenen waard. Dit lukt maar ten dele. Wetgeving en maatschappelijke protesten belemmeren de verkoop van zijn belangrijkste collectiestukken. Als alternatief gaat hij langdurige verhuur constructies aan met musea in de Verenigde Staten en het verre oosten. De overgebleven depot ruimte probeert hij te verhuren aan rijke kunstverzamelaars. Als dat niet lukt (ergens in een weiland in Nederland is er een hele hoop depot ruimte bijgekomen) verhuurt hij stukken van het depot voor underground feesten.

Niko zit een beetje in zijn maag met de Business Line Research. Zijn eerste reflex was om alle conservatoren te ontslaan. Historische kennis is namelijk in te huren, mocht deze nodig zijn. De conservatoren, die de bui zien hangen, komen met een voorstel. Zij zullen zich afwenden van kunsthistorisch onderzoek, maar gaan zich richten op historisch technologisch onderzoek. Ze gaan onderzoeken welke methoden en technieken er werden gebruikt in de 17e eeuwse (kunst)nijverheid. Het uiteindelijke doel: patenten, heel veel patenten. Daarnaast zullen zij de grootste klant van het museum, het ministerie van OC&W, bewerken om een structurele subsidie te blijven geven voor speciaal niche onderzoek. Een aantal conservatoren heeft nog wel wat lijntjes liggen naar het ministerie dus dat geld komt wel goed.

De business line Building Exploitation heeft een zware opdracht. Hoeveel expositieruimte houden we over en hoeveel van het gebouw veranderen we in een hotel of een congrescentrum? Om toch nog enigszins flexibiliteit te houden kiest Niko voor een congrescentrum. Alle vaste tentoonstellingen worden opgedoekt. De zalen worden multifunctioneel ingericht zodat er vergaderd, gefeest, getrouwd en sporadisch ook tentoongesteld kan worden.

De overgebleven tentoonstellingsruimte wordt gebruikt door de business line Public Services. Niko geeft ze de opdracht om het museum te gaan re-branden en komt met een nieuw museum concept: Het Elite Museum. Gedaan is het met alle museumkaarthouders, schoolklassen en andere publieksdoelgroepen. Dit wordt het museum voor de high society, de prinsen en de industriëlen. Eindelijk genieten van exclusieve kunst zonder plebs om je heen. Het museum wordt ook ingezet voor de gegoede klanten van luxe merken zoals Louis Vutton en Cartier. Zij zijn de grootste sponsors van Het Elite Museum

Niko heeft zijn missie voltooid. Het hele museum is gereorganiseerd en ingericht op winst maken. Na verloop van tijd heeft Nico een nog snellere manier bedacht om geld te verdienen. Met het hele bedrijf en zijn bezittingen als onderpand leent Niko ettelijke miljoenen bij verschillende banken. De lening laat hij uitkeren als dividend aan zichzelf. Daarna biedt hij het museum te koop aan aan de Nederlandse overheid, die graag de blunder van de verkoop wil recht zetten en het museum weer terug in Nederlandse handen wil hebben. Voor een flink bedrag verkoopt Nico zijn aandelen, het Nederlandse erfgoed is natuurlijk onbetaalbaar.

Niko bestaat niet en dat is maar goed ook. Maar kunnen we iets leren van Niko? Wat we kunnen leren is, dat naarmate de overheid zich terugtrekt, andere financieringsbronnen moeten worden aangesproken. Het museum als congrescentrum is al een vanzelfsprekendheid. Het uitlenen van kunstwerken tegen riante vergoedingen ook. Als u als cultureel ondernemer nog bronnen van financiering zoekt, laat u dan inspireren door Niko. Als u als betrokken museum professional niet wil dat alle musea geleid gaan worden door Niko’s wees dan scherp op de commerciële keuzes die de leiding van een museum maakt.

 

NB: Dit artikel heb is eerder gepubliceerd in MM nieuws in  2009. Het is nog steeds relevant.

Comments 1

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *